Chiloplacus quadricarinatus ( Thorne 1925 )

Rossen, H. v. & Loof, P. A. A., 1962, Notities Over Het Voorkomen Van Enkele Aaltjessoorten In Zweden, Verslagen en Mededelingen Plantenziektenkundige Dienst Wageningen 136, pp. 185-188 : 185

publication ID

https://doi.org/ 10.5281/zenodo.10845163

DOI

https://doi.org/10.5281/zenodo.10844607

persistent identifier

https://treatment.plazi.org/id/874B87D1-4E29-227F-FE02-F96EFAE6F825

treatment provided by

Juliana

scientific name

Chiloplacus quadricarinatus ( Thorne 1925 )
status

 

1. Chiloplacus quadricarinatus ( Thorne 1925) View in CoL .

Twee wijfjes in monster 8.

Maten: L = 0.83-0.89 mm; a = 20.0-22.2; b = 4.5-4.6; c = 18.5-21.1; V = 65.1-66.2. Lichaam bij vulva duidelijk versmald. Achterste vulvalip zeer groot. Zijveld met 4 alae en 5 zijlijnen; het aantal dezer laatste neemt naar heide lichaamsuiteioden af tot 3. Phasmiden op 60-65 % van de staartlengte. Cephale probolae duidelijk gescleratiseerd. Tenminste één der labiale probolae symmetrisch, gevorkt over ongeveer 1 /3 van haar lengte. Eén der wijfjes met twee ejeren (afmetingen 46x28 μ en 44x 24 μ), het andere met eén (74x 28 μ). Bij laatstgenoemd exemplaar ontbreekt de dubbele bocht in het ovarum achter de vulva, bij het andere is deze zeer klein. Het blinde einde van het ovarium reikt zeer ver naar achteren, tot 79-81 %, van de afstand vulva-anus.

GBIF Dataset (for parent article) Darwin Core Archive (for parent article) View in SIBiLS Plain XML RDF